Nieuws: van elkaar overschrijven?

Delen van de Grote Spectrum Encyclopedie GSE

Grote Spectrum Encyclopedie (1973-1979)

Toen ik bij Het Spectrum in 1976 kwam zaten we nog in de PAROOL-TOREN aan de Wibautstraat te Amsterdam. Op, ik dacht de 11de etage, zat de redactie rond een soort van kantoorplein, welke De Brink werd genoemd. Op die brink stonden alle belangrijke encyclopedieën van de Wereld. Ik realiseerde mij dat, hoe vernieuwend de Grote Spectrum Encyclopedieook was, hoe gedreven de redactie, hoe fantastisch het beeld materiaal, hoe slim de verwijzingen structuur, uiteindelijk schrijven encyclopedie redacteuren hun artikelen in basis gewoon over uit andere encyclopedieën. Met alle gevolgen van dien, want toen halverwege het project we een nieuwe Hoofd Documentatie in ons midden kregen, de heer Leo Hirs, kon hij genadeloos laten zien hoe we fouten in de encyclopedie konden herleiden naar fouten in de andere (anders-talige) encyclopedieën waaruit we de gegevens hadden overgeschreven. Het was in ieder geval de startschot tot een toentertijd uniek project bij Spectrum Naslagwerken, om tenminste alle geboorte- en overlijdens-gegevens aan de burgelijke stand van over de hele wereld zelf te checken.

Spectrum Compact

Dat project is overleden met de snelle neergang van de gedrukte encyclopedieén maar als u toch overschrijft doe dat dan wat betreft geboortedata e.d. uit de Spectrum Compact Encyclopedie: dat zijn het beste gecheckte uit ons taalgebied. Inclusief de juiste geboortedatum van Prins Bernard.

Lees verder

Geplaatst in Internet, Journalistiek, Nieuwsmedia, Social Media | Getagged , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Google+ en de toekomst van de Sociale Netwerken

Deze galerij bevat 1 foto.

Google heeft deze week Google+ gelanceerd. Lang verwacht en niet de eerste poging want Google heeft al orkut.com, een soort Hyves die in sommige (latijns Amerikaanse) landen zelf nog redelijk populair is. En Google heeft natuurlijk Buzz. De vraag is … Lees verder

Meer Galerijen | Een reactie plaatsen

Democratisering van het uitgeven

Uitgeven in het Internet TijdperkAls we het er al over eens zijn dat we in een tijdperk van revolutionaire maatschappelijke en sociale ontwikkelingen leven – laten we het de Internet Revolutie noemen – dan kunnen we nog een hele discussie opzetten wat de aard van de revolutie is, wat de motor is en welke gevolgen de revolutie zal hebben.

Voor mij is het duidelijk dat de revolutie met name ingrijpt op de media, dat wil zeggen de toegang tot de middelen waarmee meningen, nieuws, wetenschappelijke resultaten, politieke uitgangspunten naar de consumenten, burgers of volgelingen wordt gebracht. Daarbij gaat het niet alleen over de inhoud, maar ook over de verpakking en de benodigde distributiekanalen.

In de oude wereld was de toegang tot de massa-communicatie middelen gemonopoliseerd. Ofwel door schaarste (TV, radio, datalijnen), of wel door hoge toegangskosten van bijvoorbeeld drukpersen of datacommunicatie-netwerken. Dat nog eens in combinatie van pogingen van veel regeringen om toegang te reguleren of verder te frustreren.
Drukpersen kan niet door iedereen bediend wordenDaarenboven was het geaccepteerd, of een gevolg van de complexiteit - niet iedereen kan een drukpers bedienen – van het gebruik van de middelen, dat de gebruikers van de productiemiddelen geschoolde vakmensen zijn, en dat de gewone burgers het vanzelfsprekend vinden dat de poorten tot de media bedient worden door – vaak in gesloten vakgroepen georganiseerde – expert. Voor de democratisering van de meningen is de belangrijkste professional natuurlijk de journalist en redacteur, en die hebben hun uiterste best gedaan om die belangrijke maatschappelijke rol vooral te monopoliseren. Maar ook de grafici en door hun geheim taal de ICTérs zijn er ook goed in geslaagd de democratisering van de toegang tot de productiemiddelen af te weren. Hier is over de hele linie van deze vakmensen, vaak bewust van hun cruciale rol, een anti-democratische houding te cultiveren. Allemaal vanuit de arrogante houding dat men het voor het gewone wolk allemaal natuurlijk het beste wil. Als je daarbij optelt het dappere acties van de politieke elite om veel van dat monopolistische gedrag keurig in wetgeving te verankeren. De uiteindelijke invulling van de auteurswet en regelingen over thuiskopieren en een Buma is daarvan natuurlijk het sterkste voorbeelden.  Lees verder

Geplaatst in Consumenten gedrag, Internet, Nieuwsmedia | Getagged , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Onderwijs in het Internet Tijdperk

Docente, Social media, Education, OnderwijsOp www.dutchcowboys.nl heb ik de laatste tijd wat artikelen gepubliseerd over het onderwijs in het Internet tijdperk. Een artikel over de manier waarop in Amerika steeds meer Social Media wordt ingezet bij het onderwijs: http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/20699.

Eén interview met de zelflerende “hole in the wall”project van Sugata Mitra: http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/20699

Een bespreking van de toespraak van Sir Ken Robinson: http://www.dutchcowboys.nl/opleidingen/21082

Een een verslag van een onderzoek naar de verrassende effecten op het leervermogen van leerlingen als ze mobiele telefoontjes gebruiken: http://www.dutchcowboys.nl/mobile/21346

Alles lijkt te wijzen op de constatering dat het huidige klassikale onderwijs in op leeftijd gebaseerde groepen, die door middel van tests een school doorlopen op geen enkele wijze meer aansluit op de belevingswereld van de student. De tijd dat een onderwijzer, leraar, docent als het ware het monopolie heeft op tijdstip, inhoud en methode om kinderen wat te leren door het internet definitief is doorbroken. dat systeem doet ook nauwelijks recht aan het feit dat het lerende vermogen van kinderen sowieso heel groot is alsmede de motivatie om te leren, mist nuttig en nodig en aansluitende bij de eigen beleving. Verder lijken leerlingen beter te leren in gemengd (door hun zelf) samengestelde groepen, los van niveau, leeftijd, achtergrond en kundes.

Boring stuff, onderwijs

Als die uitgangspunten zouden kloppen zouden we zo snel mogelijk het onderwijs moeten veranderen overeenkomstig de wetten en mogelijkheden van het Internet-tijdperk. In mijn eerste overwegingen zou het nieuwe internet “schoolsysteem” er als volgt uit kunnen zien:

  1. Overal worden in plaatsen door de overheid zogenaamde onderwijscentra geopend en onderhouden. Deze onderwijs centra zijn optimaal geoutilleerd voor via netwerken en het internet samen werken aan projecten, netwerken, en het gebruiken van e-study-books. Er zijn sport faciliteiten, studie-zaken/bibliotheken, zalen voor het bijwonen van college’s en het volgen van presentaties, het houden van werkgroepen en klassen voor het volgen van lessen.
  2. Er zijn drie soorten centra: basis (4-12jaar), middelbaar theoretisch (10-20) en middelbaar praktisch (10-20).
  3. Alle kinderen gaan in hun leerplichtige jaren verplicht vijf dagen in de week naar deze centra, van minimaal 9-14uur; maar de centra zijn open van 8-18.00uur, en de middelbare op dinsdag en donderdag tot 21.00uur. Aanwezigheid op school buiten de verplichte uren wordt in overleg met de ouders vastgesteld. Na overleg met en goedkeuring door de studie-coach kan beperkt bepaalde taken thuis of elders worden uitgevoerd, mits via het internet contact wordt gehouden met het onderwijs centrum. De centra zijn alleen de laatste week van december en de eerste week van januari gesloten. leerlingen kunnen voor maximaal 40 werkdagen in overleg verlof opnemen.
  4. In de centra wordt gezorgd voor maaltijden, en permanente toezicht. De leerlingen kunnen worden ingezet voor schoonmaken en onderhoud van de centra.
  5. Alle kinderen krijgen van overheidswegen tijdens hun studie-jaren de beschikking over een laptop en een tablet, inclusief mobiel internet en de beschikking over benodigde software. De overheid thuis zorgt ook voor een gratis internet verbinding.
  6. Iedere leerling krijgt ieder jaar een studie-coach toegewezen, die verantwoordelijk is voor het toezicht, de vorderingen, het gedrag en aanwezigheid, constateren van studie-problemen en het begeleiden van het oplossen van deze problemen. belangrijkste taak is verder dat de aan de coach toegewezen leerlingen voortdurend voldoende studievragen krijgen voorgelegd -passend bij niveau en kunde van de leerling – die de leerling min-of-meer (in zelf gekozen studiegroepen) gaat uitvoeren/oplossen. De studievragen en onderwerpen worden grotendeels afgestemd op de behoefte en interesses van het kind en op zijn intrisieke leersnelheid en cognitieve vermogens.
  7. Die studiegroepen kunnen bestaan uit leerlingen van geheel Nederland en waar relevant ook vanuit de hele wereld.
  8. Alleen lessen in rekenen en wiskunde zijn grotendeels klassikaal.
  9. Ter ondersteuning van de leerlingen zijn vakdocenten aanwezig om ondersteuning en controle op de leerdoelen uit te voeren en zijn ondersteunende diensten als logopedie, gedragsdeskundigen, sport, dans, muziek te kunnen geven. in principe is het kind diegene die vraagt om vak-ondersteuning door docenten. Dit kunnen ook docenten zijn van andere centra in het land. Er wordt gezocht naar een evenwicht tussen de uren dat er gestudeerd, ontspannen en niet-studie activiteiten worden ontplooit.
  10. De communicatie tussen leerling, coach, vakdocenten, medeleerlingen in studiegroepen gebeurd in principe on-line en in on-line netwerken. Daar waar nodig en nuttig worden. Ouders kunnen onderdeel zijn van de netwerken voor het geven van hulp, het op de hoogte blijven van de activiteiten van hun kinderen en de vorderingen en communicatie met de schoolleiding en coaches.
  11. Afhankelijk van de resultaten, inzet en soort keuze van onderwerpen krijgt de leerling op 15 december een status van behaalde kennis (vak en niveau), gedrag en vlijt.
  12. Organisaties en bedrijven kunnen de onderwijscentra ondersteunen met kennis, en kunde in ruil waarvoor aan de centra vragen kunnen worden gesteld bepaalde problemen uit te zoeken of in kaart te brengen, zonder dat dat productie werk is.
  13. De leerlingen kunnen vanaf 12 jaar passende werkzaamheden betaald in de schooltijden verrichten voor maximaal 5-20 uur in de week, afhankelijk van leeftijd en studieontwikkelingen.
  14. De school zorgt bij het einde van het studietraject voor werk, of de leerling stroomt door naar HBO/universiteit. Indien geen werk gevonden wordt in het bedrijfsleven, krijgt men werk en opleiding aangeboden bij verpleging en gezondheidszorg, bij nutsvoorzieningen zoals brandweer, politie, afvalverwerking, schoonmaken, stadswachten, kinderopvang, onderwijs of het leger.
  15. Aan het einde van de studie volgen drie maanden (intern) verplicht sociaal/maatschappelijke praktische vakken: verkeers/scooter/autolessen, koken, verzorging, klussen, EHBO, kinderoppas. Na deze drie maanden gaat men nog een maatschappelijke stage lopen van zes maanden. Leerlingen die in die tijd geen werk vinden kunnen in de stage plek blijven met een arbeidscontract. Als men daarna minimaal één jaar heeft doorgeleerd, respectievelijk minimaal één jaar aan het werk blijft krijgt men juridisch pas de status van “volwassen”.
Geplaatst in Onderwijs | Getagged , | 1 reactie

De maatschappelijke functie van bloggen

Middeleeuwse gilden

Middeleeuwse Gilden

Een van de effecten van de PC/Internet-revolutie is dat de kosten voor het produceren én distribueren/publiceren van media-uitingen duizelingwekkend omlaag is gegaan. Het gevolg is dat iedereen zijn eigen producten kan maken en wereldwijd kan publiceren. Daarmee wordt de traditionele rol van uitgevers, producenten, televisiezenders, journalisten, auteurs, fotografen, drukkers op z’n minst anders, en soms zelfs gemarginaliseerd. Het internet heeft nog een ander effect namelijk dat de productie van werken, tot voor kort voorbehouden aan speciaal opgeleide creatieve auteurs (fotografen, schrijvers, journalisten, filmmakers, enz) zo is geëxplodeerd dat die auteurs in de prijsvorming niet meer kunnen profiteren van schaarste en dus de economische voordelen van te behoren tot een excellente groep van experts. De macht van de gezel en de meesters verenigd in besloten gildes is definitief voorbij!

Lees verder

Geplaatst in Internet, Journalistiek, Nieuwsmedia | Een reactie plaatsen

Netneutraliteit en open internet: voorstel regels!

Er zijn een paar issues rond Internet die worden onderschat in zijn consequenties. Ten eerste het feit dat internet nu al werkelijk essentieel is voor het functioneren van de huidige maatschappij, en die afhankelijkheid zal in de lop van de tijd alleen maar groter worden. Wij zullen werkelijk nu al onthand zijn indien het internet lange tijd voor Nederlanders en Nederlandse bedrijven niet functioneert. Dat betekent dat ondanks het feit dat we graag zouden willen zien dat de overheid zich vooral niet met (de inhoud van het) Internet bemoeid, iedereen het ook de taak van de overheid zal vinden dat het netwerk overeind blijft. Internet hoort opgezsomd te worden in het rijtje van waterleiding, elektriciteitsnet, voedselvoorziening, (spoor)wegen waarvan iedereen het als vanzelfsprekend eens is dat uiteindelijk de overheid verantwoordeijk zal worden gehouden voor het goed functioneren daarvan, ook geval van rampen en noodsituaties. Volgens mij heeft de overheid daar nog geen enkele plan of policy over. Ten tweede dat de mogelijkheden en de diensten die het internet gebruiken nog een hele evolutie gaat doormaken. Diensten waarvan we nu nog niet weten dat ze er aan gaan komen. Regelgeving en aanpassing van wetgeving gaat zo traag en is in handen van ambtenaren en politici die sowieso niet uitblinken in kennis over wat er op het internet gaande is (“Twitter, wat is dat?, Daar doe ik niet aan!”). Het zijn de beleidsmakers die nog steeds denken dat alleen de gedrukte media zorgen voor de de o-zo-noodzakelijke maatschappelijke functie van de journalistiek; die denken dat televisie maken eigenlijk alleen goed gebeurd door de Publieke Omroep, en nadenkt hoe de muziekindustrie van overheidswege het beste gediend kan worden met het als kartel ongestoord exploiteren van muziekrechten, enz. Kortom er zal in de komende (tientallen) jaren een moeizam proces komen van niet adequate en achter-de-feiten-aanlopende overheids regulering.

Geplaatst in Internet | Een reactie plaatsen

Nieuw Nederlands Auteursrecht 2010 op afbeeldingen, video’s en teksten op het Internet

Gerbrandy Commentaar op de auteurswet 1912

Gerbrandy Commentaar op de auteurswet 1912

De huidige auteurswet stamt uit het 1912. Een geheel andere tijd wat betreft media, invloed van de overheid en massale Diginale ‘User Generated Content’ (UGI). Iedereen die het internet volgt en begrijpt weet dat het oude auteurswet dat niet zal overleven. Gewoon omdat het handhaven daarvan maakt dat (a) alle nederlanders door de overheid als misdadiger moeten worden beschouwd, en (b) het een uiterst repressieve overheid nodig maakt om de wet te handhaven. Afgezien van mensen achter instanties als Brein e.d. willen we dat niet. Maatschappelijk zal het onaanvaardbaar zijn. Dat is het optreden van de Stichting Brein, hoewel de wet aan zijn kant, natuurlijk nu al.

Verder moeten we bedenken dat er absoluut geen schaarste is aan foto’s, teksten, video’s enz. Alleen al om die reden is er geen reden om dit soort werken een aparte plaatst te geven in het economische verkeer. Waar we wel van overtuigd zijn dat het maatschappelijke belang van absolute en onbelemmerde uitwisseling en beschikbaar heid van informatie belangrijker zal moeten wegen dat de individuele belangen van een enkele auteur of uitgever, die beschermt moet worden met draconische oude wetten.

Dat neemt niet weg dat we ons ook kunnen voorstellen dat op het internet zoiets als auteurrechten zouden gelden. Om dat te bewijzen heb ik een proeve van het auteurrecht op het internet geschreven:

Nieuw Nederlands Auteursrecht 2010 op het Internet

  1. Er is maar één natuurlijk persoon die de auteur van van een tekst, foto, tekening, logo of video, hierna te noemen werk, is.  Niemand mag zich voordoen als auteur van een werk die door een ander is gemaakt. De maker kan zijn auteurschap alleen bewijzen door het originele werk te bewaren en bij bestrijden van zijn auteurschap het origineel  terstond te bewijzen.
  2. De auteur van een werken heeft het uitsluitende recht om dat werk als eerste openbaar te maken. De auteur mag het jaar van eerste openbaarmaking niet achteraf wijzigen.
  3. De rechten op het exploiteren van een werk berust bij de auteur tenzij er een andere exploitant is. De exploitant van het werk zal zijn:
    - de persoon of organisatie waaraan de exploitatierechten door de auteur expliciet is overgedragen
    - de persoon of organisatue die aan de auteur opdracht heeft gegeven een werk te maken en daar ook voor heeft betaald dat te doen.
    De auteur en de exploitant regelen onderling de wijze van beheer en afrekening van het auteurschap op het werk.
  4. Als de auteur van het werk besluit zijn werk on-line via het internet te publiceren heeft hij daarbij de volgende mogelijkheden:
    4.1. de auteur publiceert het werk anoniem in een publiek gedeelte van het internet dat voor iedereen vrij toegankelijk is.
    4.2.  de auteur publiceert het werk in het publieke gedeelte van het internet waarbij de auteur expliciet een door hem zelf gekozen auteursnaam noemt
    4.3. de auteur publiceert het werk op het pubieke deel van het internet en noemt bij het werk met het teken (c), het jaar van eerste publicatie en een door hem zelf gekozen auteursnaam. Gelijktijdig registreert de auteur dit werk (upload) in de auteurs databank van het Commissariaat van de Media, inclusief zijn werkelijke naam en contact gegevens
    4.4. de auteur publiceert het werk in een besloten gedeelte van het internet.
  5. Werken welke openbaar zijn gemaakt op het internet volgens de mogelijkheden genoemd onder 4.1. en 4.2. zijn door iedereen op het internet onbeperkt te bewerken en te herplaatsen. In geval van ad 4.2. alleen met het noemen van de oorspronkelijk bij het werk genoemde auteursnaam.
  6. Werken welke openbaar zijn gemaakt op het internet volgens de mogelijkheid genoemd bij punt 4.3. kunnen door iedereen, zonder voorafgaande toestemming van de auteur, op het internet onbeperkt worden bewerkt en herplaatst. Voor iedere herplaatsing binnen drie volledige kalender jaren na eerste openbaarmaking betaalt de herplaatser dan binnen vijf dagen na plaatsting een bedrag van €10 per plaatsing aan de auteur via het commissariaat van de media, die dit bedrag doorgeeft aan de auteur.
  7. Bij deze herplaatsingen/bewerkingen zoals beschreven in de punten 5 en 6 is het iedereen verder verboden om:
    7.1. de naam van de auteurs weg te laten of te wijzigen als die gekozen heeft deze expliciet bij het werk te noemen zoals aangegeven in punt 3.2. en in de eerste drie jaar na openbaarmaking de in punt 3.3. genoemde (c) en jaar van eerste openbaarmaking weg te laten of te wijzigen
    7.2. voor het herplaatsen het werk aan derden geld te vragen of het werk individueel voor geld te exploiteren
  8. Werk door de auteur geplaatst in een besloten gedeelte van het internet mag door niemand anders dan de auteur zelf worden herplaatst op een ander gesloten gedeelte van het internet, en het is alleen de auteur zelf die kan besluiten de het werk als eerste te plaatsen op een openbaar gedeelte van het internet. Bij het plaatsen in het besloten gedeelte kan de auteur naar goeddunken afspraken met de exploitant van deze besloten gedeelte maken over publicatie, vergoedingen en betalingen.
  9. Alle werken buiten het internet openbaar zijn gemaakt, en waarop geen voorbehouden over de exploitatie van het auteursrecht, zijn vrij door iedereen, onder bron en auteursvermedling, op het internet te publiceren.
  10. Bij overtreding van deze regels betaalt de overtreder per geval een bedrag van €100 aan de auteur of de exploitant; Innen en uitbetalen geschiet via het commisariaat van de Media.
  11. Indien een persoon of instelling met opzet de regels overtreedt teneinde de auteursrechten op werken voor eigen gewin te exploiteren kan deze strafrechtelijk worden vervolgt. De verdiensten van de overtreder bij de exploitatie behoort de auteur toe plus een boete van 100%.
  12. De overheid of de rechter zal nimmer kunnen verbieden dat een werk op het internet er wordt afgehaald of wordt verhinderd te worden geraadpleegd. Dit met uitzondering van niet als eerste door de auteur zelf openbaar gemaakte werken.
Dick H. Ahles/Hilversum, 25 juni 2010
Geplaatst in Auteursrecht, Internet | Getagged | Een reactie plaatsen

Overheid en Media in het internet tijdperk

Iedereen die een rol speelt in de rechtstaat en democratie van Nederland is het er over eens dat de overheid zich niet heeft te bemoeien met de media. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers (let op het woord “pers”) en een onafhankelijke (hoofd)redactie staat hoog in het zadel. We hebben de journalisten van de officiële pers ook boven andere Nederland gesteld als het gaat om het (niet) helpen van de justitie bij wetenschap over misdaden, want het algemene belang is een hoog belang. En onze media speelt daar een belangrijke rol in. Gek eigenlijk dat in de leerstelling van de trias politica eigenlijk de media (en de burger) niet worden genoemd, wat aangeeft dat deze leerstelling wel als exemplaar hoe er in een machtsevenwicht beter het algemeen belang wordt gediend dan in die van onbeperkte macht, maar voor de huidige tijd volstrekt gedateerd is. Vooral nu de scheiding van de wetgevende en uitvoerende macht eigenlijk steeds meer ongescheiden optreedt (door de media?), we hebben in Nederland niet pakweg 15 ministers, maar meer dan 150, want alle tweede kamer leden vinden het belangrijk om voor hun eigen persoonlijke glorie mee te regeren. En ook de rechtspraak steeds vaker en explicieter op de stoel van de wetgever gaat zitten. Maar goed dat is een onderwerp voor een andere keer.

Want wat ik hier wil bespreken is de definitie van Media en hun rol in een moderne internet maatschappij.

De Standaard was een vertegenwoordiger van een "zuil" uit de vorige eeuw

Lees verder

Geplaatst in Internet, Nieuwsmedia, Print, Televisie | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Publiek geld en privaat wetenschappelijk uitgeven

Stapel oude boeken, mogelijk wetenschappelijke werken

Goede wetenschap in mooie boeken

Op een enkele uitzondering van bedrijfslaboratoria na wordt het gehele proces van wetenschappelijk onderzoek door de overheid betaald. De opleidingen, de instituten, de wetenschappelijke medewerkers, de studiereizen, de bibliotheken waar alle resultaten systematisch voor iedereen toegankelijk is. Alles is publiek geld en dat is ook goed want wetenschappelijk onderzoek is van groot maatschappelijk belang.

In het hele proces is zijn eigenlijk de private wetenschappelijke uitgeverijen de uitzondering. Op basis van publiek gefinancieerde onderzoek staat de wetenschapper zijn resultaten af aan een private uitgever, die natuurlijk daar waarde aan toevoegt (peer reviews, productie, distributie) en een uitzonderlijk grote marge (zó beetje de beste marges van de print-uitgeverijen) op dat resultaat van het onderzoek daarme verdient. Dat laatste is eigenlijk om twee reden onbegrijpelijk. Ten eerste dat we als gemeenschap wel alles financieren bij het wetenschappelijke personeel maar hun vruchten onder regime van de auteurswet geheel in hun eigendom laat vallen. Dat is principieel onjuist. Ten tweede dat met dat persoonlijke recht die wetenschapper de toegang tot de resultaten in handen legt van een derde die er zijn auteursrechten aan toevoegt, in ieder geval met het monopoly van de distributie, kan bepalen wie wel of niet van de resultaten kennis kan nemen.

Lees verder

Geplaatst in Boeken, Wetenschap | Getagged , | Een reactie plaatsen

Oogkleppen Kranten

Ted Presentatie Prof. Hans Rösling

Ted Presentatie Prof. Hans Rösling

In een prachtige TED-presentatie van prof Hans Rosling stelt hij tussen neus en lippen door – en m.i. terecht – “dat niet onwetendheid, maar vooroordelen“  het grote probleem zijn bij het overdragen van kennis. Vooroordelen kunnen we ook oogkleppen noemen en dat is een bekend en veel voorkomend probleem. Niet alleen in de wetenschap en het onderwijs, maar zeker ook in het bedrijfsleven.

Ik heb vele banen gehad en het leuke van zo veel wisselingen is dat je je steeds snel moet inwerken in de business case van dat bedrijf en de brache waarin het werkt. Bijna altijd stuit je bij die inwerking op door de betrokkenen als onwrikbaar feit gepresenteerde gebruiken, waarbij je dan toch de vraag stelt: “Maar waarom moet dat eigenlijk zo?”. Van alle branches waar ik in heb gewerkt en dit tegen kwam, heb ik vooral in mijn tijd als directeur/uitgever van dagblad BN/DeStem te maken gehad met heel veel vastgeroeste wetmatigheden: over de rol en de positie van de redactie en de jorunalisten, de wijze waarop de abonnementen marketing wordt gedaan, de manier waarop de advertentiemarkten moeten worden bewerkt en het beeld dat de medewerkers in de uitgeverij hadden over de redenen waarom hun lezers veel geld uitgeven aan een duur abonnement. En daar zijn een paar vooroordelen over de aard en inhoud van het internet aan toe te voegen en deze vooroordelen worden graag door alle opiniemakers in deze brache nagesproken en versterkt. Dat is niet verstandig, want het gaat heel slecht met de kranten en de vooruitzichten zijn niet bemoedigend. Dan is het belangrijk dat er tenminste een correct assesment is van de belangrijkste concurrent: het internet. Lees verder

Geplaatst in Internet, Nieuwsmedia, Print, Televisie | Een reactie plaatsen