0

Ook het Financieel Dagblad is gevallen!

Posted by Dick Ahles on 27 03 2013 in Consumenten gedrag, Internet, Nieuwsmedia |

20130327-082612.jpgGroot in het nieuws: ook het Financieel Dagblad is op 26 maart uitgekomen met een kleiner formaat krant. Niet het platvloerse Tabloid maar het chique Zwitserse Berliner formaat, tot voor kort vooral een formaat voorbehouden aan zogenaamde top kwaliteitskranten uit het Duitse taalgebied, die zich vooral kenmerkten door veel tekst, ingetogen koppen en nauwelijks foto’s, en bij ons voor de meeste mensen bekend van het oude formaat van Intermediair toen het nog inhoud had waar je in Nederland rekening mee wilde houden.

Ongetwijfeld is deze operatie voor het Financiële Dagblad een actie in het kader van de vlucht vooruit: “hoe redden wij het gedrukte dagblad van haar naderende ondergang”. Het antwoord of deze formaat-wijziging gaat helpen kan nu al gegeven worden: niet dus.

In tegendeel, want het grote formaat van de krant is bijna (afgezien van de in dit internet tijdperk nieuwe op de doelgroepen afgestemde wijze van berichtgeving) het enige pluspunt van een gedrukte krant.

Immers een krant is een zogenaamd browsend medium. Dat wil zeggen: niemand leest de krant van het eerste artikel op pagina 1 tot het laatste artikel op de laatste pagina, en uitsluitend in die volgorde! Iedere kranten lezer pakt uit het totale aanbod een kleine selectie, kriskras, soms van achteren naar vormen (geldt zeker voor ook voor tijdschriften). Als je meer tijd hebt meer artikelen, bij haast en kleine momenten van rust een aanzienlijk minder aantal.

En wat helpt bij het browsen door de koppen en artikelen, wat doet de sensatie van ik als lezer kies en ben tevreden dat ik ook nu weer wat van mijn gading gevonden heb, ja juist het formaat, hoe groter hoe efficiënter, sneller, accurater ik de beslissing kan nemen een artikel te gaan consumeren. En dat maakt, naast een paar ander zaken, die krant nog steeds superieur aan de zeer beperkende browsend vermogen van een doorsnee beeldschermpje waar de mensheid nu voor een groot deel van zijn informatie behoefte aan is veroordeeld.

20130327-085239.jpgIk moet zeggen dat onze grootste kranten uitgever van Nederland De Telegraaf dat in ieder geval heeft begrepen, want na wat testjes is het nog steeds en groot formaat krant en zijn recente APP op de iPad is extreem ingesteld op de browsende functie.

Natuurlijk is het formaat niet doorslaggevend voor de kans om het gedrukte dagblad te laten voortbestaan. Aanpakken van de oude kosten, structuren, CAO’s, wijze en kosten van drukken, wijze en kosten van distributie, inhoud en onderwerpen selectie, positionering en doelgroep beleid zijn zeker even belangrijk. Maar waarom in deze tijd de bestaande kranten een asset zo gemakkelijk opgeeft is mij een raadsel.

LinkedInFacebookGoogle GmailNUjijEmailDelen/Bookmark

Tags:, , , ,

0

NPO heeft het niet begrepen: de TV revolutie moet nog komen

Posted by Dick Ahles on 13 03 2013 in Internet, Televisie |

log pubomroepDe ‘internet/sociale Media” revolutie waar we op dit moment mee te maken krijgen, zal op de manier waarop de consument televisie kijkt en gebruikt nog radikaal gaan veranderen. Dat dat nog niet gebeurd is, heeft te maken met (a) het nog ontbreken van de juist techniek in de gemiddelde TV-toestel en (b) het feit dat de televisie-producenten zich nog kunnen wentelen in een onbegrijpelijke bescherming van hun business door wetten, regelgeving en vriendjes in de politiek. Maar het is onvermijdelijk dat hun kunstmatige monopolie tot de distributie van programma-streams van een min of meer herkenbaar format zal eindigen. Je kunt daarbij ook niet vertrouwen dat de vermeende kwaliteit van hun programma’s ze wel door moeilijke tijden heen zal helpen.  Dan helpt het label “Publieke Omroep” of “NPO” ook zeker niet.

Laten we eerst eens proberen te beschrijven wat de kenmerken van televisie zijn en waarom de TV zo in korte tijd populair is geworden:

1. TV doodt de tijd; een passieve tijdspassering van heel veel Nederlanders die anders niet zouden wat ze moeten doen met hun tijd; het verdrijft verveling dat dat vindt men geweldig.

2. Televisie is principieel niet INTERACTIEF. Het is een passieve tijdsbesteding waarbij het enige wat interactief is aan de afstandsbediening, de knop die je brengt naar een kanaal, die iets uitzendt dat past bij je stemming en belangstelling van dat moment, en waar je hoopt de rest van de tijd verder door de samenstellers van de zender te worden vermaakt. Dus hoe minder zappen hoe gelukker men dus blijkt te zijn.

3. Televisie kijken is een sociaal gebeuren. Het hoeft niet maar er is toegevoegde waarde door het gezamenlijk kijken, becommentarieren, delen en ondergaan van een programma. het geeft je ook in jouw sociale omgeving de onderwerpen waarover men kan praten. Het is dus sociaal door gezamenlijk kijken en door de generatie van gespreksonderwerpen. Overigens hoe meer kanalen en zenders hoe minder de rol van ‘social sharing!’

4. Televisie kijken is voor de kijker een goedkoop/gratis tijdspassering.

Als men deze kenmerken als uitgangspunt neemt dan constateren we verder:

a. achter een computer zitten, een tablet bedienen e.d. is een principieel andere activiteit: je moet in een interactieve mode zijn en je doet het in bijna alle gevallen in je éentje. je zit niet met een groep om een laptop of met een tablet op je schoot. het brengen van je computer op je TV heeft dus geen zin en ook het brengen van TV op je laptop heeft alleen zin, als je hem in je passieve stemming als TV gebruikt (het is en blijft een scherm nietwaar) of het programma een achtergrondskanaal is waarbij je daarnaast gewoon met andere dingen bezig kan zijn, zoals je de radio aan kan hebben staan terwijl je een rapport schrijft op je computer.

b.  een televisie kijker heeft behoefte snel een programma te vinden die past bij de stemming. dat gaat het beste als het (grote) aanbod van programma’s een grote mate van voorspelbaarheid hebben, zowel wat betreft inhoud als tijdstip. Mensen leren snel waar ze hun favorieten kunnen vinden. Daar hebben ze over het algemeen geen programmablad, internet voor nodig, wel vaak vrienden en aankondigingen.

c. Dus hoe beter een kanaal zich weet te profileren voor een bepaald consistent aanbod van programma’s, hoe sneller de gebruiker het juiste programma/zender weet te vinden. Hier zit juist het probleem van de Nederlandse Publieke Omroep: hun TV-zenders profileren zich onvoldoende. Voor de radio is het een ander verhaal.

Dus als de Publeike omroepen zich willen voorbereiden op de toekomst is niet de vindbaarheid van de individuelen programma’s van de “Publieke Omroep” als instituut op internet belangrijk, maar de profilering van de kanalen. Kijkers zoeken, als ze al op zoek zijn omdat hun vertrouwde zenders hen even in de steek laten, meestal niet naar progranmma’s, maar naar categorieën van programma’s.

Dan zijn er twee belangrijke ontwikkelingen die voor NPO van belang zijn:

1. het monopolie van het maken van (televisie)programma’s is doorbroken door de moelijkheid om tegen minimale kosten programma’s te maken. Op YouTube wordt zo veel materiaal gepubliceerd, dat meestal kosteloos toegankelijk is, en de kwaliteit van dat materiaal zal steeds groter worden, dan het aanboren van deze bron straks de consument een onuitputtelijke voorraad aan passende programma’s zal opleveren.

2. het wordt steeds vanzelfsprekender dat internet automaten geheel zelfstandig en zonder programma’s een video-stream kunnen leveren aan iedere consument op basis van kennis over gedrag en belagstelling gewoon aanwezig is op het internet en op de sociale media.

Aan het “monopolie van programma makers en zender-coördinatoren komt spoedig een eind.

Dat is effecten van het aansluiten van de TV op het internet; niet de interactiviteit van mensen, maar de gepersonaliseerde TV-aanbod dat in een sociale omgeving van de Social media wordt gepresenteerd. Netzo goed dat we voor het nieuws geen dagbladjournalisten meer nodig hebben, hebben we straks geen programma-makers en televisie-zenders meer nodig.

Als de de nederlandse Publieke Omroep zich op de toekomst wil voorbereiden is het beter te zorgen dat al die programma’s, als losse programma’s eenvoudig, gecategoriseerd en goedkoop voor gebruikers beschikbaar komen voor de kijkers die dan zelf (geautomatiseerd) een televisieavond zal samenstellen.

Er is bij veel ondernemers een onbedwingbare lust om naam, logo, huisstijl te wijzigen. Natuurlijk als je fuseert, een nieuw produkt lanceert of je business wijzigt kan het reden zijn voor een face-lift, maar ik ben er van overtuigd dat de drift van veel marketiers te “vernieuwen” voor de gemiddelde consument alleen een onrustig veroorzaakt. Verder hebben manegers de neiging de warde van het “Merk” van het bedrijf te overschatten ten opzichte van de positionering van het merk van een produkt. Uiteindelijk consumeren we producten en geen “bedrijven”! Al reis heeft in het boek “Focus” al met vele voorbeelden aangetoont dat bedrijven, als bekend merk, met een grote differentiate van producten veel slechter renderen dan bedrijven met één herkenbaar produkt waarbij naam van het produkt veel belangrijker is dan de naam van de vennootschap die het product voert. Het manegement van NPO valt dus in twee valkuilen: het overschatten van het belang van de naam van het bedrijf en het onderschatten van de negatieve effecten van wijzigingen van reeds ingeburgerde namen. Je zal maar je inkomen verdienen bij zo’n bedrijf!

Tags:, , , ,

Rules are for the weak and standard of excellence for the strong

Posted by Dick Ahles on 6 03 2013 in management |

Berry Company blue print for successWe leven in moralistische tijden: politici en journalisten zijn de hele dag bezig de burgers de maat te nemen of men wel het goede gedrag vertoond en – dat is het meest kwalijke – de juiste opvattingen deelt en ventileert.  Het is blijkbaar de geest der tijd.

Afgezien van het feit dat dit gedrag onvermijdelijk zal leiden naar een repressieve maatschappij is er nog een ander opvallend effect: de roep om overheidsingrijpen en dus de ontwikkeling van procedures  (wettten) als er eens wat fout gaat of het juiste gedrag niet wordt vertoond.

Dit deed mij denken aan een management (sales) cursus (beste ooit) die ik in 2000, toen ik directeur werd van de Gouden Gids in Nederland,  heb gehad bij het voor de Yellow Pages toonaangevende bedrijf “The Berry Company” gevestigd in Dayton, Ohio (US) en feitelijk de uitvinder van de advertentie gedreven gecategoriseerd bedrijven gidsen die we naar de kleur van het papier waarop het werd gedrukt, gele (later in Nederland) Gouden Gidsen zijn gaan noemen.

Deze management cursus heeft grote indruk op mij gemaakt en definitief gebroken met (a) de eenzijdige beeldvorming die wij in Nederland over Amerikaanse bedrijven hebben en (b) het belang van op de lange termijn gerichte klantgerichtheid voor de continuïteit van het product en dus het bedrijf.

En van de uitgangspunten van Berry was dat de kwaliteit van de mensen, medewerkers, managers alleen bepalend zijn voor het succes van het bedrijf. En goede mensen hebben geen opgelegde procedures en regels nodig: dat is alleen voor de dommen! Politici begrijpen daar niets van, want volgens hen zullen er  regels zijn en moeten komen. Als dat de maat is voor hete inzicht van onze overheidsdienaren, dan is daarmee de domheid van de bureaucratie in Brussel nog eens duidelijk bewezen: een grotere onnutte regelgeving-machine als de Europese Unie is niet te bedenken!

Maar ook het bedrijfsleven heeft er veel last van: regels, gebrek aan delegatie, gebrek aan vertrouwen (in de ondergeschikten) en vooral focus op korte termijn. Wat dat betreft is het nuttig eens te kijken naar “The Ten Truth” van The Berry company. Ze zijn leerzaam en openen ogen:

 

Berry Company, ten truth, blueprint for succes,

The Berry Company: The Ten Truth | Blueprint for Succes

 

 

 

 

Tags:, , , ,

0

Oplages van kranten groeien in Azië nog steeds

Posted by Dick Ahles on 5 09 2012 in Consumenten gedrag, Journalistiek, Nieuwsmedia, Print |

Wat lezen we op Dutchcowboys: “Wereldwijd groeien de oplages van kranten nog“.

Het lijkt een vreemde mededeling in het Internet Tijdperk, maar als je je realiseert dat die groei bijna geheel wordt veroorzaakt door groei in de Azië ook weer goed te begrijpen:

Kranten zijn een typisch middenklasse product voor gezinnen die zijn gesetteld: huisje, boompje, beestje. En dat een groep die juist wat in veel Aziatische landen nu snel aan het ontstaan is. Verder zal overal waar de krant een plek krijgt in het dagelijkse routine van dat middenklasse gezin zal het een gewenst en uiterst sterk product blijken te zijn. Voor de grote on-line doorbraak in Nederland werd de neergang van de oplages voornamelijk veroorzaakt door het feit dat we het tijdperk van de jeugd hebben verlengd van 20 naar ruim 30 jaar; dan pas komt “huisje, boompje, beestje” en prompt nam men dan ook een kranten abonnement.
Verder zal men een krant nemen en willen behouden als de inhoud aansluit bij de lezers (differentiëren) en de prijs goed is. Wat hebben we in Nederland sinds de 80-tiger jaren gedaan: (1) onder druk van de bedrijfseconomie (aanschaf van nieuwe dure persen) is er tot fusies en tot minder differentiatie overgegaan, en (2) terwijl de IT juist flexibel edities had moeten kunnen creëren is de krantenwereld opgescheept geworden met de meest beroerde en kostbare ICT die men kan bedenken die niet ten dienste stond van het creëren van een slimme product/marktcombinatie; (3) is de redactie arrogant met de rug naar haar lezers gaan staan, en(4) hebben de RadenvBestuur en directie gedacht dat in de krantenwereld de wetten van de prijselasticiteit niet bestaan en dus de prijzen van advertenties (even dodelijk voor de oplages; advertenties moeten voor de lezers waardevolle aanvulling zijn op de inhoud) en die van de abonnementen excessief verhoogd.
Ik weet dan ook zeker dat een deel van het succes van de oplagegroei in Azië wordt veroorzaakt door (nog)markt conforme prijzen.
De niet te ontkennen neergang van de kranten business in de westerse wereld is uiteraard voor een deel het gevolg van het internettijdperk (andere gewoontes in gezinnen), maar voor een groot deel toch gewoon veroorzaakt door de directies en redacties zelf.

Tags:, ,

Nieuws: van elkaar overschrijven?

Posted by Dick Ahles on 22 10 2011 in Internet, Journalistiek, Nieuwsmedia, Social Media |
Delen van de Grote Spectrum Encyclopedie GSE

Grote Spectrum Encyclopedie (1973-1979)

Toen ik bij Het Spectrum in 1976 kwam zaten we nog in de PAROOL-TOREN aan de Wibautstraat te Amsterdam. Op, ik dacht de 11de etage, zat de redactie rond een soort van kantoorplein, welke De Brink werd genoemd. Op die brink stonden alle belangrijke encyclopedieën van de Wereld. Ik realiseerde mij dat, hoe vernieuwend de Grote Spectrum Encyclopedieook was, hoe gedreven de redactie, hoe fantastisch het beeld materiaal, hoe slim de verwijzingen structuur, uiteindelijk schrijven encyclopedie redacteuren hun artikelen in basis gewoon over uit andere encyclopedieën. Met alle gevolgen van dien, want toen halverwege het project we een nieuwe Hoofd Documentatie in ons midden kregen, de heer Leo Hirs, kon hij genadeloos laten zien hoe we fouten in de encyclopedie konden herleiden naar fouten in de andere (anders-talige) encyclopedieën waaruit we de gegevens hadden overgeschreven. Het was in ieder geval de startschot tot een toentertijd uniek project bij Spectrum Naslagwerken, om tenminste alle geboorte- en overlijdens-gegevens aan de burgelijke stand van over de hele wereld zelf te checken.

Spectrum Compact

Dat project is overleden met de snelle neergang van de gedrukte encyclopedieén maar als u toch overschrijft doe dat dan wat betreft geboortedata e.d. uit de Spectrum Compact Encyclopedie: dat zijn het beste gecheckte uit ons taalgebied. Inclusief de juiste geboortedatum van Prins Bernard.

Read more…

Tags:, , , , , , ,

Google+ en de toekomst van de Sociale Netwerken

Posted by Dick Ahles on 5 07 2011 in Cross Media, Internet |

Google+, het sociale netwerk van GoogleGoogle heeft deze week Google+ gelanceerd. Lang verwacht en niet de eerste poging want Google heeft al orkut.com, een soort Hyves die in sommige (latijns Amerikaanse) landen zelf nog redelijk populair is. En Google heeft natuurlijk Buzz. De vraag is waarom is Buzz niet een echt succes geworden is en waarom Googl+ dat dan wel zlu moeten worden? Ik denk dat niemand kan voorspellen wat er nu gaat gebeuren want er zijn vele bewegingen gaande. Hier wil ik een poging wagen te schetsen welk scenario zou kunnen gaan werken.

Laten we beginnen met een helicopter view: de zoekmachine van Google is dominant en de de zeker nog steeds de innovator in search; ze is de derde aanbieder van browser-mail; Google heeft een ongekend aantal, meestal gratis applicaties die in de cloud werken. Het belang van Google voor de ontwikkelingen van het Internet kan niet genoeg worden onderschat. Toch zijn er vrij veel mensen die pertinent weigeren om ook maar iets met Google te doen. Geen gmail, geen buzz, geen picasa, geen googleDocs, geen maps en dus ook geen Google+! Google zal nooit een 100% acceptatie krijgen en hoe groter, hoe meer ovreheden ze gaan lastig vallen met zaken over marktdominanitie en valsspelen. Read more…

Tags:, , , , , ,

Democratisering van het uitgeven

Posted by Dick Ahles on 9 04 2011 in Consumenten gedrag, Internet, Nieuwsmedia |

Uitgeven in het Internet TijdperkAls we het er al over eens zijn dat we in een tijdperk van revolutionaire maatschappelijke en sociale ontwikkelingen leven – laten we het de Internet Revolutie noemen – dan kunnen we nog een hele discussie opzetten wat de aard van de revolutie is, wat de motor is en welke gevolgen de revolutie zal hebben.

Voor mij is het duidelijk dat de revolutie met name ingrijpt op de media, dat wil zeggen de toegang tot de middelen waarmee meningen, nieuws, wetenschappelijke resultaten, politieke uitgangspunten naar de consumenten, burgers of volgelingen wordt gebracht. Daarbij gaat het niet alleen over de inhoud, maar ook over de verpakking en de benodigde distributiekanalen.

In de oude wereld was de toegang tot de massa-communicatie middelen gemonopoliseerd. Ofwel door schaarste (TV, radio, datalijnen), of wel door hoge toegangskosten van bijvoorbeeld drukpersen of datacommunicatie-netwerken. Dat nog eens in combinatie van pogingen van veel regeringen om toegang te reguleren of verder te frustreren.
Drukpersen kan niet door iedereen bediend wordenDaarenboven was het geaccepteerd, of een gevolg van de complexiteit - niet iedereen kan een drukpers bedienen – van het gebruik van de middelen, dat de gebruikers van de productiemiddelen geschoolde vakmensen zijn, en dat de gewone burgers het vanzelfsprekend vinden dat de poorten tot de media bedient worden door – vaak in gesloten vakgroepen georganiseerde – expert. Voor de democratisering van de meningen is de belangrijkste professional natuurlijk de journalist en redacteur, en die hebben hun uiterste best gedaan om die belangrijke maatschappelijke rol vooral te monopoliseren. Maar ook de grafici en door hun geheim taal de ICTérs zijn er ook goed in geslaagd de democratisering van de toegang tot de productiemiddelen af te weren. Hier is over de hele linie van deze vakmensen, vaak bewust van hun cruciale rol, een anti-democratische houding te cultiveren. Allemaal vanuit de arrogante houding dat men het voor het gewone wolk allemaal natuurlijk het beste wil. Als je daarbij optelt het dappere acties van de politieke elite om veel van dat monopolistische gedrag keurig in wetgeving te verankeren. De uiteindelijke invulling van de auteurswet en regelingen over thuiskopieren en een Buma is daarvan natuurlijk het sterkste voorbeelden.  Read more…

Tags:, , , , , , , , , , ,

1

Onderwijs in het Internet Tijdperk

Posted by Dick Ahles on 24 01 2011 in Onderwijs |

Docente, Social media, Education, OnderwijsOp www.dutchcowboys.nl heb ik de laatste tijd wat artikelen gepubliseerd over het onderwijs in het Internet tijdperk. Een artikel over de manier waarop in Amerika steeds meer Social Media wordt ingezet bij het onderwijs: http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/20699.

Eén interview met de zelflerende “hole in the wall”project van Sugata Mitra: http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/20699

Een bespreking van de toespraak van Sir Ken Robinson: http://www.dutchcowboys.nl/opleidingen/21082

Een een verslag van een onderzoek naar de verrassende effecten op het leervermogen van leerlingen als ze mobiele telefoontjes gebruiken: http://www.dutchcowboys.nl/mobile/21346

Alles lijkt te wijzen op de constatering dat het huidige klassikale onderwijs in op leeftijd gebaseerde groepen, die door middel van tests een school doorlopen op geen enkele wijze meer aansluit op de belevingswereld van de student. De tijd dat een onderwijzer, leraar, docent als het ware het monopolie heeft op tijdstip, inhoud en methode om kinderen wat te leren door het internet definitief is doorbroken. dat systeem doet ook nauwelijks recht aan het feit dat het lerende vermogen van kinderen sowieso heel groot is alsmede de motivatie om te leren, mist nuttig en nodig en aansluitende bij de eigen beleving. Verder lijken leerlingen beter te leren in gemengd (door hun zelf) samengestelde groepen, los van niveau, leeftijd, achtergrond en kundes.

Boring stuff, onderwijs

Als die uitgangspunten zouden kloppen zouden we zo snel mogelijk het onderwijs moeten veranderen overeenkomstig de wetten en mogelijkheden van het Internet-tijdperk. In mijn eerste overwegingen zou het nieuwe internet “schoolsysteem” er als volgt uit kunnen zien:

  1. Overal worden in plaatsen door de overheid zogenaamde onderwijscentra geopend en onderhouden. Deze onderwijs centra zijn optimaal geoutilleerd voor via netwerken en het internet samen werken aan projecten, netwerken, en het gebruiken van e-study-books. Er zijn sport faciliteiten, studie-zaken/bibliotheken, zalen voor het bijwonen van college’s en het volgen van presentaties, het houden van werkgroepen en klassen voor het volgen van lessen.
  2. Er zijn drie soorten centra: basis (4-12jaar), middelbaar theoretisch (10-20) en middelbaar praktisch (10-20).
  3. Alle kinderen gaan in hun leerplichtige jaren verplicht vijf dagen in de week naar deze centra, van minimaal 9-14uur; maar de centra zijn open van 8-18.00uur, en de middelbare op dinsdag en donderdag tot 21.00uur. Aanwezigheid op school buiten de verplichte uren wordt in overleg met de ouders vastgesteld. Na overleg met en goedkeuring door de studie-coach kan beperkt bepaalde taken thuis of elders worden uitgevoerd, mits via het internet contact wordt gehouden met het onderwijs centrum. De centra zijn alleen de laatste week van december en de eerste week van januari gesloten. leerlingen kunnen voor maximaal 40 werkdagen in overleg verlof opnemen.
  4. In de centra wordt gezorgd voor maaltijden, en permanente toezicht. De leerlingen kunnen worden ingezet voor schoonmaken en onderhoud van de centra.
  5. Alle kinderen krijgen van overheidswegen tijdens hun studie-jaren de beschikking over een laptop en een tablet, inclusief mobiel internet en de beschikking over benodigde software. De overheid thuis zorgt ook voor een gratis internet verbinding.
  6. Iedere leerling krijgt ieder jaar een studie-coach toegewezen, die verantwoordelijk is voor het toezicht, de vorderingen, het gedrag en aanwezigheid, constateren van studie-problemen en het begeleiden van het oplossen van deze problemen. belangrijkste taak is verder dat de aan de coach toegewezen leerlingen voortdurend voldoende studievragen krijgen voorgelegd -passend bij niveau en kunde van de leerling – die de leerling min-of-meer (in zelf gekozen studiegroepen) gaat uitvoeren/oplossen. De studievragen en onderwerpen worden grotendeels afgestemd op de behoefte en interesses van het kind en op zijn intrisieke leersnelheid en cognitieve vermogens.
  7. Die studiegroepen kunnen bestaan uit leerlingen van geheel Nederland en waar relevant ook vanuit de hele wereld.
  8. Alleen lessen in rekenen en wiskunde zijn grotendeels klassikaal.
  9. Ter ondersteuning van de leerlingen zijn vakdocenten aanwezig om ondersteuning en controle op de leerdoelen uit te voeren en zijn ondersteunende diensten als logopedie, gedragsdeskundigen, sport, dans, muziek te kunnen geven. in principe is het kind diegene die vraagt om vak-ondersteuning door docenten. Dit kunnen ook docenten zijn van andere centra in het land. Er wordt gezocht naar een evenwicht tussen de uren dat er gestudeerd, ontspannen en niet-studie activiteiten worden ontplooit.
  10. De communicatie tussen leerling, coach, vakdocenten, medeleerlingen in studiegroepen gebeurd in principe on-line en in on-line netwerken. Daar waar nodig en nuttig worden. Ouders kunnen onderdeel zijn van de netwerken voor het geven van hulp, het op de hoogte blijven van de activiteiten van hun kinderen en de vorderingen en communicatie met de schoolleiding en coaches.
  11. Afhankelijk van de resultaten, inzet en soort keuze van onderwerpen krijgt de leerling op 15 december een status van behaalde kennis (vak en niveau), gedrag en vlijt.
  12. Organisaties en bedrijven kunnen de onderwijscentra ondersteunen met kennis, en kunde in ruil waarvoor aan de centra vragen kunnen worden gesteld bepaalde problemen uit te zoeken of in kaart te brengen, zonder dat dat productie werk is.
  13. De leerlingen kunnen vanaf 12 jaar passende werkzaamheden betaald in de schooltijden verrichten voor maximaal 5-20 uur in de week, afhankelijk van leeftijd en studieontwikkelingen.
  14. De school zorgt bij het einde van het studietraject voor werk, of de leerling stroomt door naar HBO/universiteit. Indien geen werk gevonden wordt in het bedrijfsleven, krijgt men werk en opleiding aangeboden bij verpleging en gezondheidszorg, bij nutsvoorzieningen zoals brandweer, politie, afvalverwerking, schoonmaken, stadswachten, kinderopvang, onderwijs of het leger.
  15. Aan het einde van de studie volgen drie maanden (intern) verplicht sociaal/maatschappelijke praktische vakken: verkeers/scooter/autolessen, koken, verzorging, klussen, EHBO, kinderoppas. Na deze drie maanden gaat men nog een maatschappelijke stage lopen van zes maanden. Leerlingen die in die tijd geen werk vinden kunnen in de stage plek blijven met een arbeidscontract. Als men daarna minimaal één jaar heeft doorgeleerd, respectievelijk minimaal één jaar aan het werk blijft krijgt men juridisch pas de status van “volwassen”.

Tags:,

De maatschappelijke functie van bloggen

Posted by Dick Ahles on 20 10 2010 in Internet, Journalistiek, Nieuwsmedia |
Middeleeuwse gilden

Middeleeuwse Gilden

Een van de effecten van de PC/Internet-revolutie is dat de kosten voor het produceren én distribueren/publiceren van media-uitingen duizelingwekkend omlaag is gegaan. Het gevolg is dat iedereen zijn eigen producten kan maken en wereldwijd kan publiceren. Daarmee wordt de traditionele rol van uitgevers, producenten, televisiezenders, journalisten, auteurs, fotografen, drukkers op z’n minst anders, en soms zelfs gemarginaliseerd. Het internet heeft nog een ander effect namelijk dat de productie van werken, tot voor kort voorbehouden aan speciaal opgeleide creatieve auteurs (fotografen, schrijvers, journalisten, filmmakers, enz) zo is geëxplodeerd dat die auteurs in de prijsvorming niet meer kunnen profiteren van schaarste en dus de economische voordelen van te behoren tot een excellente groep van experts. De macht van de gezel en de meesters verenigd in besloten gildes is definitief voorbij!

Read more…

Netneutraliteit en open internet: voorstel regels!

Posted by Dick Ahles on 19 09 2010 in Internet |

Er zijn een paar issues rond Internet die worden onderschat in zijn consequenties. Ten eerste het feit dat internet nu al werkelijk essentieel is voor het functioneren van de huidige maatschappij, en die afhankelijkheid zal in de lop van de tijd alleen maar groter worden. Wij zullen werkelijk nu al onthand zijn indien het internet lange tijd voor Nederlanders en Nederlandse bedrijven niet functioneert. Dat betekent dat ondanks het feit dat we graag zouden willen zien dat de overheid zich vooral niet met (de inhoud van het) Internet bemoeid, iedereen het ook de taak van de overheid zal vinden dat het netwerk overeind blijft. Internet hoort opgezsomd te worden in het rijtje van waterleiding, elektriciteitsnet, voedselvoorziening, (spoor)wegen waarvan iedereen het als vanzelfsprekend eens is dat uiteindelijk de overheid verantwoordeijk zal worden gehouden voor het goed functioneren daarvan, ook geval van rampen en noodsituaties. Volgens mij heeft de overheid daar nog geen enkele plan of policy over. Ten tweede dat de mogelijkheden en de diensten die het internet gebruiken nog een hele evolutie gaat doormaken. Diensten waarvan we nu nog niet weten dat ze er aan gaan komen. Regelgeving en aanpassing van wetgeving gaat zo traag en is in handen van ambtenaren en politici die sowieso niet uitblinken in kennis over wat er op het internet gaande is (“Twitter, wat is dat?, Daar doe ik niet aan!”). Het zijn de beleidsmakers die nog steeds denken dat alleen de gedrukte media zorgen voor de de o-zo-noodzakelijke maatschappelijke functie van de journalistiek; die denken dat televisie maken eigenlijk alleen goed gebeurd door de Publieke Omroep, en nadenkt hoe de muziekindustrie van overheidswege het beste gediend kan worden met het als kartel ongestoord exploiteren van muziekrechten, enz. Kortom er zal in de komende (tientallen) jaren een moeizam proces komen van niet adequate en achter-de-feiten-aanlopende overheids regulering.

Copyright © 2008-2014 Publishing 4.0 All rights reserved.
This site is using the Desk Mess Mirrored theme, v2.2.3, from BuyNowShop.com.